Met de antwoorden op de door het CDA-kamerlid Van Hijum aan minister Donner gestelde vragen is dhr. Van Hijum niet tevredengesteld. Hij schrijft hierover als reactie op een door mij aan hem geschreven brief:
Geachte heer/mevrouw,
Onlangs heeft u een mail gestuurd over de problemen die u als startende ondernemer heeft ondervonden met UWV. De klachten die ik hierover heb ontvangen neem ik zeer serieus.
U bent enige tijd geleden geïnformeerd over de Kamervragen die ik over deze kwestie heb gesteld. Inmiddels zijn de antwoorden van de minister bij de Kamer binnengekomen. De antwoorden vindt u als bijlage bij deze mail. De antwoorden die ik heb ontvangen vind ik onbevredigend en zijn voor mij aanleiding om hier verder op door te vragen. Op donderdag 12 februari vindt in de Kamer een overleg met de minister plaats (een algemeen overleg over ‘motieven zelfstandig ondernemerschap’) waarin ik de kwestie daarom opnieuw aan de orde zal stellen. Ik zal u na afloop informeren over de uitkomst.
Met vriendelijke groet,
Eddy van Hijum
Om de leden van de Tweede Kamer maximaal te informeren over de 'miljoenenfraude'-kwestie is ongeveer 3 weken geleden al een persbericht door Dusoleil, een andere persoon en mij op papier gezet en door Dusoleil in allerlei richtingen verstuurd.
In een open brief aan minister Donner ben ik nog eens specifiek ingegaan op de door hem gegeven antwoorden op de vragen van dhr. Van Hijum, die geheel niet tevreden kunnen stellen.
Deze open brief is vandaag per email aan het overgrote deel van de kamerleden verstuurd; bovendien schriftelijk aan minister Donner en alle fraktievoorzitters.
Hieronder plaats ik deze open brief; de bijlages, waarnaar verwezen wordt laat ik gemakshalve even weg, indien iemand hieraan geinteresseerd is wil ik deze later nog plaatsen op het forum.
Aangezien dus te verwachten valt dat op 12 februari de gestelde vragen aan de minister in de Tweede Kamer met de minister nog eens aan de orde komen roep ik hiermee ook andere gedupeerden op om kamerleden en de minister maximaal van informatie over individuele ervaringen in de kwestie te voorzien.
Via de website www.tweedekamer.nl zijn het overgrote aantal emailadressen van de kamerleden en ook de relevante postadressen van de Tweede Kamer en de minister(s) eenvoudig te achterhalen.
Amsterdam, 30.01.2009
Open brief aan:
Dhr. Piet Hein Donner (CDA)
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Postbus 90801
2509 LV Den Haag
Geachte heer Donner,
Er zijn, ingezonden op 1 december 2008, vragen van het lid van de Tweede Kamer, dhr. Van Hijum, aan u gesteld over miljoenenfraude door startende ondernemers die met behulp van het UWV uit de WW willen (wilden) komen.
U heeft hier recentelijk op geantwoord (vragen ontvangen 23 december 2008 / stuk nr. 1080 – Tweede Kamer der Staten-Generaal) en ik heb uw antwoorden grondig gelezen.
Net zoals dhr. Van Hijum vind ik uw antwoorden onbevredigend en hoop dat u hier in een vooraanstaand overleg met de leden van de kamer op donderdag 12 februari nog op terug zult komen.
Ik ben zelf in 2005 vanuit de WW gestart als zelfstandig ondernemer nadat ik vanaf september 2004 freelance-werk heb kunnen genereren in een nieuw beroep en een door het UWV geïnitieerd reïntegratietraject (IRO) heb mogen volgen. Op eigen initiatief heb ik in oktober 2005 mijn door eigen werkzaamheden al sterk verlaagde uitkering stop kunnen zetten; door te starten met een eigen bedrijfje (eenmanszaak) heb ik de kosten voor het UWV t.o.v. een mij toegekende uitkeringsperiode en uitkeringshoogte meer dan kunnen halveren; noodzakelijke investeringen om mijn zelfstandigheid te laten slagen heb ik met mijn laatste spaargeld plus geleend geld kunnen bekostigen.
Twee jaar na dato ben ik door een fraude-inspecteur van het UWV opgezocht en zie ik me nu geconfronteerd met een terugvordering van het UWV van ruim 20.000 euro inclusief een extra boete van 10% van het terugvorderingsbedrag. Ik hoor klaarblijkelijk bij de fraudeurs van de ‘miljoenenfraude’ en mij wordt verweten ‘indirecte’ uren tijdens mijn freelance-werkzaamheden niet juist op mijn werkbriefjes te hebben opgegeven.
Uw antwoorden op de vragen van dhr. Van Hijum doen suggereren dat de regelgeving voor starters vanuit de WW over te declareren uren indertijd overduidelijk was en dat de geconstateerde fraude of overtredingen dus geheel aan de starters uit deze periode te wijten zijn.
Vanuit mijn eigen ervaring als gedupeerde kan ik dit niet bevestigen en moet ik helaas ook vaststellen dat de door u gegeven antwoorden grotendeels niet kloppen of de zaak niet voldoende belichten.
Graag wil ik u hiermee dan ook direct aan de hand van uw antwoorden informeren over feiten die u niet aanhaalt in uw antwoorden en over het beeld dat ik als gedupeerde heb kunnen vormen van de bovengenoemde zaak.
U schrijft dat in de folder van het UWV van januari 2004 duidelijk staat vermeld welke werkzaamheden wel en welke werkzaamheden niet behoeven te worden opgegeven aan het UWV en welke werkzaamheden gevolgen hebben voor de WW-uitkering. U schrijft echter niet dat in dezelfde folder staat: “Doet u werk op freelancebasis? Daarvoor gelden andere regels dan in deze folder staan. Als u hierover meer wilt weten, kunt u contact opnemen met UWV.”
(bijlage 1 - relevante pagina’s).
Voor de groep van freelancers geeft de brochure dus geen informatie en er was naar mijn weten ook geen andere brochure; ik heb i.i.g. slechts de bovengenoemde brochure ontvangen.
Bovendien schrijft u dat iedereen die een uitkering krijgt of kreeg zogenaamde werkbriefjes ontving, voorzien van een toelichting waarin zou staan dat “eventuele werkzaamheden, zowel betaald als onbetaald’’ vermeld dien(d)en te worden.
Ik heb de werkbriefjes ontvangen met een invulinstructie, maar nooit met een toelichting. Bovengenoemde formulering lees ik dus in uw antwoorden voor het eerst, de invulinstructie zegt hier niets over (bijlage 2a+

.
Het voorts door u beschreven advies contact op te nemen met het UWV heb ik meermaals behartigd door gesprekken aan te gaan met de door het UWV toegewezen ‘casemanager’ die mij heeft begeleid, mijn reïntegratietraject heeft geïnitieerd maar ook heeft verteld hoe in mijn situatie de werkbriefjes ingevuld dienden te worden, hetgeen hij bovendien ook heeft gecontroleerd (en in mijn geval voor goed heeft bevonden).
Mijn informatiebronnen waren dus:
- hetgeen op de werkbriefjes en invulinstructie stond (bijlages 2a+

&
- hetgeen mijn casemanager indertijd heeft uitgedragen.
De werkbriefjes zelf gaven geen enkele aanwijzing over indirecte uren, eigenlijk zelfs integendeel: onder punt 5.2 op de achterkant staat: “… de uren die u gewerkt heft/doorbetaald heeft gekregen…” en ook de opzet van de in te vullen regels geven helemaal geen plek voor aangiftes van ‘indirecte’ uren.
Bovendien heeft mijn casemanager bij het UWV mij het volgende verteld over het invullen van uren uit werkzaamheden tijdens mijn WW-uitkering:
Ik diende voor de mij toegekende tijd voor WW-uitkering “ter beschikking te staan voor het UWV”.
Niet alleen moest ik solliciteren en altijd gehoor geven aan oproepen voor gesprekken met het UWV, ook diende ik op elke positieve reactie op een sollicitatie in te gaan en potentieel meteen met werk te beginnen als de mogelijkheid zich hiertoe voor zou doen.
Op het moment dat ik freelance-werkzaamheden zou verrichten zou ik in deze tijd niet ter beschikking kunnen staan en zou ik de betreffende uren in moeten vullen op de werkbriefjes.
Zo gezegd, zo gedaan, zo gecontroleerd en zo voor juist bevonden.
De bewering van het UWV dat hun informatieverstrekking in deze zaak adequaat en helder geweest zou zijn is dus in mijn geval duidelijk niet waar en dat mijn geval zeker geen uitzondering is geeft het volgende aan:
de geconstateerde ‘miljoenenfraude’ gaat terug op een eerste gezamelijk onderzoek van het UWV en de Belastingdienst in 300 gevallen van starters vanuit de WW waarbij is gebleken dat in rond 30% van de gevallen is ‘gefraudeerd’ jegens het UWV en in bijna een kwart van de gevallen foute informatie is verstrekt aan de Belastingdienst.
De som van 50% schijnbare ‘fraudeurs’ steekt zo duidelijk af tegen algemeen aangenomen fraudecijfers van de Algemene Rekenkamer van jaren ervoor (en waarschijnlijk erna) dat het mij verbaast dat niet de eerste consequentie van het UWV, de Belastingdienst maar zeker ook van de politiek was om eens goed te gaan of hier wel van duidelijke informatieverstrekking sprake geweest is.
Een grote groep gedupeerden, die zich over ervaringen in deze zaak met het UWV in een forum op het internet uitwisselen, geven bovendien aanleiding er van uit te gaan dat er met de informatieverstrekking, maar ook met het later afhandelen van de gevallen uitermate veel mis is gegaan en mis gaat:
http://www.internetwerkt.nl/forum//index.p...amp;#entry18960 .
U zult hier lezen over allerlei verschillende gevallen in individuele situaties.
Dat u verder in uw antwoorden één beslissing van de Centrale Raad aanhaalt om te bewijzen dat ook de Centrale Raad het UWV steunt doet tekort aan de complexiteit van deze zaak. Het gaat in de door u aangehaalde beslissing over een specifiek geval van rond tien jaar geleden(1996-2000) waar klaarblijkelijk o.a. in de werkbriefjes vermeld zou hebben gestaan “dat indien voor werkzaamheden geen enkele beloning wordt ontvangen, in de betreffende kolom “gratis” moet worden ingevuld” (punt 3 uit de tekst van de uitspraak).
Dit stond definitief niet meer in de werkbriefjes van 2004 (bijlage 2a) en dus hebben wij het voor de periode 2004/2005 hier met een andere, niet vergelijkbare situatie te maken: andere werkbriefjes, andere regelgevingen (oriëntatieperiode voor startende zelfstandigen bestond toen ook nog niet) en zeker ook andere personen die informatie weer anders uitdragen).
Het UWV heeft haar voorlichtingsinformatie regelmatig aangepast; dat het hierbij niet slechts over “een zo goed mogelijk vormgeven van informatie gaat” (zoals u in uw antwoorden schrijft) kunt u eenvoudig controleren indien u de brochures van bijvoorbeeld januari 2004 en januari 2007 met elkaar vergelijkt.
Anders dan in 2004 mag de starter nu tijdens de startperiode zijn uitkering behouden en worden zijn inkomsten gedeeltelijk verrekend met de uitkering.
Geen ‘werkuren’ meer (met onduidelijke definitiebapalingen vandien), een starter krijgt zijn uitkering zelfs als voorschot en na twee jaar wordt er bekeken hoeveel terugbetaald moet worden, afhankelijk van de gemaakte winst.
Het lijkt mij overduidelijk dat wij nu te maken hebben met een zeker veel vriendelijkere regelgeving die anticipeert op de problemen die een startende ondernemer heeft.
Dat niet meer gegist moet worden naar uren die in de voorbereidingsfase voor een eigen bedrijf gemaakt maar niet betaald zijn, maar dat er naar winst gekeken wordt (en dus altijd ook in het begin nodige investeringen deel uitmaken van de situatie) is een uitermate grote verandering (bijlage 3 - relevante pagina’s).
Te spreken van een proces van voortdurend betere vormgeving van informatie is dus volledig misplaatst.
Dat starters uit de tijd van rond 2004/2005 het moeilijker hadden dan starters het nu hebben is voortgekomen uit regelgeving die klaarblijkelijk toen nog in de kinderschoenen stond (met alle kinderziektes vandien) en in het vervolg stapsgewijs aangepast is uit voortschrijdend inzicht.
Het is de starters van nu van harte te gunnen, maar dat de starters van toen nu nog eens met terugvorderingen en een fraudeverwijt geconfronteerd worden rondom onduidelijkheden van ‘indirecte’ (niet-betaalde) uren is volledig onterecht.
U schrijft verder in uw antwoorden op de vragen 5 en 6 over het moeten voldoen aan de inlichtingenplicht dat “Uitkeringsgerechtigden verplicht zijn om aan het UWV opgave te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan duidelijk is dat deze van invloed kunnen zijn op de hoogte van en op het recht van uitkering.”
Indien de uitkeringsgerechtigde nu niet over de noodzaak van het aangeven van indirecte geïnformeerd is (een begripsbepaling die ik zelf pas van de fraude-inspecteur van het UWV voor het eerst gehoord heb), hoe moet deze dan vermoeden dat deze uren van invloed zouden kunnen zijn op diens uitkering?
Net zo goed zou een uitkeringsgerechtigde zich kunnen voorstellen dat ook bijvoorbeeld uitgaven afgetrokken zouden kunnen worden en dus invloed zouden kunnen hebben op diens uitkering; zouden deze uitgaven dan ook maar ‘voor het geval dat’ opgegeven moeten worden?
En wat zijn dan precies ‘indirecte’ uren?
In mijn huidige situatie houdt het UWV in haar argumentatie nog vol dat zelfs de uren tussen mijn freelance-werkzaamheden waarin ik mij afvroeg hoe ik mij misschien zelfstandig zou kunnen maken al dienden afgetrokken te worden op mijn werkbriefjes. Is een nacht hiervan wakkerliggen ook weer 8 werkuren?
De zin over inlichtingenplicht, die u aanhaalt is algemeen, vaag & multi-interpretabel en wordt naderhand gebruikt om een overtreding te construeren, deze te rechtvaardigen en met een boete-oplegging te bestraffen, hoewel de uitkeringsgerechtigde de werkbriefjes in alle waarschijnlijkheid naar eer en geweten heeft ingevuld.
Of men trouwens mag veronderstellen dat elke uitkeringsgerechtigde de wet (WW) door dient te lezen, is ook maar de vraag; met mijn handtekening onder het werkbriefje is het formulier “volledig en naar waarheid ingevuld”, waarbij waarheid niet meer zou mogen zijn als de maximaal voor jezelf te achterhalen mogelijke waarheid.
Op de achterkant van het werkbriefje staat: “Als u deze opgave niet correct invult, kan de uitbetaling van uw uitkering vertraging oplopen” - een beduidend minder dramatische mogelijke consequentie.
Vooralsnog ben ik ‘fraudeur’ en is mij een boete opgelegd van bijna 2000 euro.
U schrijft afsluitend in uw antwoorden dat de beoordeling over de boete aan het UWV is en dat tegen een besluit van het UWV bezwaar en beroep mogelijk is.
Het lijkt op het eerste gezicht dus dat je als uitkeringsgerechtigde voldoende mogelijkheden hebt een terugvordering aan te vechten, maar dit blijkt een uitermate ongelijke strijd.
Als de voormalig uitkeringsgerechtigde na een terugvorderingsbesluit niet binnen een vastgestelde termijn stappen onderneemt, is de terugvordering rechtsgeldig.
De bezwaarprocedure tegen een terugvordering, waarvoor ook al advocaatkosten en veel tijd geïnvesteerd moet worden, ligt nog volledig in handen van het UWV en wordt niet neutraal beoordeeld. Na een beslissing op bezwaar is één zaak al drie zaken geworden (hoofdzaak, hoogte terugvordering, hoogte boete) met nog meer advocaatkosten en schriftstukken en nog voor de beslissing op bezwaar over ‘hoogte terugvordering’ begint het UWV al met het het daadwerkelijke innen van de terugbetaling zonder dat er in het hele traject tot hier toe ook maar één onpartijdig iemand (laat staan een rechter) de zaak neutral heeft kunnen bekijken.
Tot hier is ook al ruim een jaar verstreken, hetgeen een jonge ondernemer, die mogelijk aan een zo hoge terugvordering onderuit zou gaan, niet ten goede komt.
In mijn geval (en op het al besproken forum valt over tal van soortgelijk gevallen na te lezen) heeft bovendien de fraude-inspecteur zich niet aan belangrijke geldende regels gehouden.
Hij heeft mij bij vragen die tot mijn eigen veroordeling konden leiden niet gewezen op mijn zwijgrecht en een papier over bewaartermijnen van stukken pas na het gesprek met de fraude-inspecteur overhandigd nadat hij stukken heeft ingezien die ik niet meer bewaard zou hoeven hebben.
Bovendien is in het frauderapport een verandering aangebracht (ik had niet eens een afschrift ontvangen) en na een onmiddellijke distantiering van het rapport (na dit rapport te hebben aangevraagd na de brief over terugvordering), waarna ik foute notities nog eens heb mogen corrigeren wordt mij nu verweten dat mijn aangiftes over aantallen gewerkte uren door het maken van verschillende uitspraken jegens de fraude-inspecteur onbetrouwbaar zijn.
Ik wil u niet met een hele lijst van ongeregeldheden lastig vallen uit de tijd dat ik als ‘fraudeur’ aan de interne procedure van het UWV uitgeleverd ben geweest (en nog ben), maar er kan hier zeker niet sprake zijn van een eerlijke en waardige mogelijkheid van verweer.
(Indien u meer wilt weten over bovenstaande ‘ongeregeldheden’ wil ik dit graag door het aanleveren van kopien van stukken onderbouwen).
Tot zover over de door u beantwoordde vragen.
Over de kwestie ‘miljoenenfraude’ zelf wil ik mij in deze brief verder niet uitlaten aangezien ik samen met andere gedupeerden recentelijk een initiatief gestart heb om diverse partijen te informeren over de heersende wantoestanden in deze zaak door een persbericht te versturen aan diverse adressen in de politiek en de media.
Ook heb ik een en ander in een brief aan dhr. Van Hijum geschreven naar aanleiding van de terecht door hem gestelde vragen in de kamer.
Deze stukken ontvangt u ter informatie als bijlages met deze brief (bijlages 4 & 5).
Ik hoop dat de hierbij aan u verstrekte informatie mag bijdragen aan een hoognodige herziening van de praktijken van aanpak in de boven besproken kwestie.
Ik weet mij hierin gesteund door en groot aantal medeslachtoffers.
Alvast hartelijk dank voor uw aandacht.
Met vriendelijke groeten,
'AlHo'
Deze open brief verstuur ik ter informatie ook naar een groot aantal overige kamerleden.