DEN HAAG - De bijverdienregeling in de bijstand wordt opengesteld voor gepensioneerden. Nu staat in de regeling nog een leeftijdsgrens van 65 jaar. Maar staatssecretaris Ahmed Aboutaleb (Sociale Zaken) wil regelen dat arme 65-plussers die door een onvolledige AOW een beroep moeten doen op bijstand, ook 181 euro per maand mogen bijverdienen naast hun uitkering.
De PvdA-bewindsman kondigde woensdag in de Tweede Kamer aan tijdens een debat over mensen met een AOW-gat dat de regeling per 2010 wordt aanpast. Maar CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt vroeg de nieuwe regeling mee te nemen in de begroting Sociale Zaken voor volgend jaar. Daarop zei de staatssecretaris te bekijken of de nieuwe regeling inderdaad al per 1 januari 2009 in kan gaan.
Bron Telegraaf
Aan het eind van deze kabinetsperiode,
vanaf 2010, bereikt de generatie
die vlak na de Tweede Wereldoorlog
is geboren (de ‘babyboom-generatie’)
de AOW-gerechtigde leeftijd. Daarmee
start een snelle groei van de
zogenoemde grijze druk. De verhouding
tussen gepensioneerden en
werkenden zal oplopen van ruim
twee op tien op dit moment tot bijna
vijf op tien in 2040.
FINANCIËN
Deze vergrijzing leidt bij ongewijzigd
beleid tot een sterke en structurele
toename van de overheidsuitgaven,
met name bij de AOW en in de gezondheidszorg.
Tegenover deze toekomstige
stijging van de overheidsuitgaven
staat weliswaar een stijging
van de belastinginkomsten, onder
andere uit pensioenen, maar deze is
kleiner dan de genoemde stijging van
de overheidsuitgaven. Dat betekent
dat de overheidsfinanciën niet ‘houdbaar’
zijn: de bestaande overheidsvoorzieningen
kunnen niet meegroeien
met de welvaart zonder dat de
belastingen in de toekomst moeten
worden verhoogd of dat de overheidsschuld
zich uiteindelijk opwaarts ontwikkelt.
Naast aandacht voor de kosten
van vergrijzinggerelateerde instituties
zoals de AOW en de zorg is het voor de
houdbaarheid tevens van belang dat
zoveel mogelijk mensen meer en zo
lang mogelijk doorwerken. Arbeidsparticipatie
(van ouderen en andere groepen)
verbreedt het draagvlak voor de
collectieve voorzieningen.
Om de houdbaarheid van de overheidsfinanciën
te bevorderen en zo de oudedagsvoorziening
in de toekomst op het
gewenste niveau te kunnen houden,
streeft dit kabinet met name naar bevordering
van de arbeidsparticipatie. In
het Coalitieakkoord zijn in lijn daarmee
diverse maatregelen opgenomen.
Ouderen zullen met een (fiscale) doorwerkbonus
gemotiveerd worden om
vanaf het jaar waarin zij 62 jaar worden
door te blijven werken. In de leeftijdsgroep
62 en ouder is namelijk sprake van
een aanzienlijk arbeidspotentieel dat op
dit moment onvoldoende wordt benut.
De doorwerkbeloning moet doorwerken
tot 65 jaar aantrekkelijker maken, zodat
doorwerken weer de norm wordt en
meer ouderen aan de slag zullen blijven.
De participatiegraad van ouderen is op
dit moment zeer beperkt. In de leeftijdscategorie
van 60 - 64 jaar wordt de arbeidsparticipatie
in 2007 geraamd op
27%. Het CPB heeft aangegeven dat financiële
prikkels voor ouderen effectiever
zijn dan eerder gedacht en dat de
participatiegraad van deze groep ouderen
groeit naar 43% in 2020. Het kabinet
heeft er bovendien voor gekozen ook
65-plussers een doorwerkpremie toe te
kennen teneinde ook die mensen te stimuleren
hun arbeidspotentieel zo lang
mogelijk te benutten.
De doorwerkbonus voor mensen die
langer doorwerken, wordt vormgegeven
als een korting op de te betalen belasting
(heffingskorting) voor ouderen die
werken. De systematiek is vergelijkbaar
met de bestaande (verhoogde) arbeidskorting
voor ouderen. Mensen die in
een jaar 62 worden en blijven werken,
ontvangen deze beloning. Ook voor
65-plussers is er een bonus. Zo tracht
het kabinet ouderen een maximale impuls
te geven om langer door te werken.
Een belangrijk element van deze vormgeving
is dat de doorwerkbonus direct
wordt toegepast in het jaar waarin
wordt (door)gewerkt. Dat heeft als
voordeel dat de financiële prikkel voor
het doorwerken meteen zichtbaar is
voor betrokkene en daarmee zeer effectief
is. De hoogte van de premie loopt
met de leeftijd en met het inkomen uit
arbeid op. Zo krijgt een belastingplichtige
die in de loop van een jaar 62
wordt, over dat kalenderjaar een bonus
van 5% van het inkomen verdiend met
arbeid. Indien de belastingplichtige in
een kalenderjaar 63 jaar wordt, wordt
de bonus verhoogd naar 7% van het
inkomen. Indien de belastingplichtige
64 jaar wordt, loopt de bonus nog verder
op tot 10% van het inkomen.
Om ook de arbeidsparticipatie voor
65-plussers te stimuleren wordt ook
een doorwerkbonus toegekend aan
deze leeftijdsgroep. Bij de vormgeving
van de doorwerkbeloning voor deze
leeftijdsgroep is rekening gehouden
met de wens van het kabinet de feitelijke
ingangsdatum van het pensioen
een individuele keuze te laten zijn,
gebaseerd op de fysieke en financiële
mogelijkheden en wensen van betrokkenen.
Het kabinet wil daarmee een
cultuuromslag bewerkstelligen waardoor
65 jaar niet meer als het vaste
eindpunt van het werkzame leven
wordt gezien. Om 65-plussers de mogelijkheid
te bieden het werkzame
leven na 65 jaar geleidelijk af te bouwen
heeft het kabinet ervoor gekozen
belastingplichtigen die in een kalenderjaar
65 jaar worden een doorwerkbonus
van 2% van het inkomen uit
arbeid toe te kennen. Voor werken na
het 67e jaar wordt een premie van 1%
toegekend. Verder is het natuurlijk zo
dat 65-plussers in eerste en tweede
schijf reeds een fors lager tarief verschuldigd
zijn, waardoor het stimuleringseffect
van deze maatregel groter
is dan voor 65-minners. Deze bonus
geldt voor alle ouderen en gaat met
ingang van 1 januari 2009 in.
Felix Peppelenbosch
Pagina 1 van 1
65-plusser Met Bijstand Mag Ook Bijverdienen
Volg ons op Twitter of help ons om de zoekresultaten van deze discussie op Google te verbeteren
Deel dit topic:
Pagina 1 van 1

SZwerk Home
Kalender
Forumberichten
Chitter
Leden+ blogs
Live Video's
Help 
Voeg antwoord toe 



Multi quote 

