ANW
Welke voorzieningen zijn er voor nabestaanden?
Een nabestaandenpensioen is een uitkering die de achterblijvende partner krijgt als de andere partner overlijdt. Er zijn verschillende soorten nabestaandenpensioen:
Algemene nabestaandenwet (ANW)
Een nabestaande komt in aanmerking voor een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Ook weeskinderen komen in aanmerking voor een uitkering.
Aanvullend nabestaandenpensioen
Naast de nabestaandenuitkering bestaan er aanvullende pensioenregelingen. Bijvoorbeeld, als de overleden partner in loondienst werkzaam is geweest, heeft de andere partner meestal recht op een aanvullend nabestaandenpensioen van de zaak. Het nabestaandenpensioen komt bovenop de eventuele nabestaandenuitkering.
Levensverzekering
Ook is het mogelijk dat u zelf maatregelen neemt of hebt genomen in de vorm van een particuliere levensverzekering.
Wat is de Algemene nabestaandenwet (ANW)?
De Algemene nabestaandenwet (ANW) is een volksverzekering die nabestaanden voorziet van een basisuitkering. De ANW kent meer vormen:
- Als uw partner overleden is, kunt u recht hebben op een nabestaandenuitkering. Het maakt hierbij niet uit of u gehuwd was of ongehuwd samenwoonde.
- Als u als ouder of verzorger kinderen onder de 18 jaar verzorgt, waarvan één ouder is overleden (halfwezen), hebt u recht op een halfwezenuitkering.
- Als kinderen geen ouders meer hebben, hebben ze recht op een wezenuitkering.
Wanneer hebt u recht op een ANW-uitkering?
U komt als nabestaande in aanmerking voor een ANW-uitkering als u aan de volgende voorwaarden voldoet:
- U bent jonger dan 65 jaar.
- Uw partner was op de datum van overlijden verzekerd voor de ANW. Doorgaans is iedere inwoner van Nederland automatisch verzekerd voor de ANW.
- U bent vóór 1950 geboren, óf
- u verzorgt één of meer kinderen onder de 18 jaar, óf
- u bent voor minstens 45% arbeidsongeschikt.
Gezamenlijk huishouden
U hoeft niet getrouwd te zijn om in aanmerking te komen voor een nabestaandenuitkering. Elke nabestaande die met een vaste partner een gezamenlijk huishouden voerde op het moment van het overlijden, heeft recht op een uitkering. Dat geldt dus voor ongehuwd samenwonenden – ongeacht of ze van hetzelfde geslacht zijn – en ook voor broers en zussen.
Gescheiden
Ook als uw ex-huwelijkspartner overlijdt, kunt u recht hebben op een ANW-uitkering. Voorwaarde is wel dat u alimentatie kreeg. De uitkering is nooit hoger dan het bedrag aan alimentatie dat de overledene verschuldigd was. Om in aanmerking te komen voor een uitkering gelden dezelfde voorwaarden als voor andere nabestaanden.
Wilt u weten of u een ANW-uitkering krijgt? Op de website van de Sociale Verzekeringsbank kunt u met de wizard nagaan of u in aanmerking komt.
Hoe hoog is de ANW-uitkering?
De ANW-uitkering bedraagt maximaal 70 procent van het netto minimumloon. Vanaf 1 juli 2009 is dat € 1.081,25 bruto per maand, exclusief vakantietoeslag van € 68,48 bruto per maand. De vakantietoeslag bouwt u per maand op en ontvangt u in mei.
Let op: als u kinderen onder de 18 jaar verzorgt, krijgt u ook een halfwezenuitkering.
Tegemoetkoming
U krijgt ook een tegemoetkoming als aanvulling op de ANW-uitkering van € 16,78 bruto per maand.
ANW en andere inkomsten
De hoogte van de ANW-uitkering is afhankelijk van uw inkomen. Inkomen in verband met (vroegere) arbeid (bijvoorbeeld een WAO-, WIA- of WW-uitkering) wordt er geheel van afgetrokken. Van inkomen uit arbeid (loon, winst, VUT, vervroegd pensioen of een bovenwettelijke uitkering) blijft een deel buiten beschouwing: 50 procent van het minimumloon plus een derde deel van wat u boven dit bedrag verdient. Daardoor wordt bij een inkomen uit arbeid van bruto € 690,60 de nabestaandenuitkering nog volledig uitbetaald. Is het inkomen hoger, dan wordt de nabestaandenuitkering lager.
Voor de ANW tellen de volgende inkomsten niet mee:
- vermogen;
- inkomen uit vermogen (bijvoorbeeld kamerverhuur);
- een uitkering uit verzekeringspolissen;
- een uitkering uit een particulier of collectief afgesloten nabestaandenpensioen;
- rente-inkomsten.
Waar vraagt u een ANW-uitkering aan?
Als een persoon die in Nederland is ingeschreven komt te overlijden krijgt de huwelijkspartner, geregistreerd partner of wees (jonger dan 21 jaar) binnen twee weken een brief van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) over de nabestaandenuitkering.
Een aanvraagformulier voor de ANW kunt u ook verkrijgen bij:
- de gemeente;
- de uitvaartondernemer;
- de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Via de website van de SVB kunt u online een ANW uitkering aanvragen. De SVB beoordeelt of u recht hebt op een uitkering en bepaalt ook de hoogte van uw uitkering.
Wanneer stopt uw ANW-uitkering?
De ANW-uitkering stopt als u niet meer aan de voorwaarden voldoet. Dit is in de volgende gevallen:
- U wordt 65 jaar. U krijgt dan een uitkering op grond van de Algemene ouderdomswet (AOW).
- U hertrouwt, gaat een geregistreerd partnerschap aan of gaat samenwonen. Bij verbreking van de samenwoning binnen zes maanden kunt u weer terugvallen op de nabestaandenuitkering.
- Als u thuis een hulpbehoevende verzorgt of als u zelf hulpbehoevend bent en om die reden samenwoont, wordt uw ANW-uitkering niet beëindigd maar verlaagd tot 50 procent van het minimumloon.
- U vertrekt naar het buitenland. Of de uitkering stopt, is afhankelijk van uw verblijfplaats.
- Het jongste kind wordt 18 jaar of gaat tot het huishouden van een ander behoren.
- U bent niet langer arbeidsongeschikt.
Let op: De laatste twee redenen gelden niet voor nabestaanden geboren vóór 1 januari 1950. Hetzelfde geldt voor nabestaanden geboren tussen 1 januari 1950 en 1 juli 1956 en vóór 1 juli 1996 gehuwd, als de echtgenoot vóór 1 juli 1999 is overleden. Zij ontlenen het recht op een uitkering aan een overgangsregel.
Eindigt uw ANW-uitkering als u naar het buitenland vertrekt?
Het is mogelijk om uw uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) mee te nemen naar het buitenland, maar deze mogelijkheid is beperkt. Dit komt door de Wet beperking export uitkeringen (Wet BEU).
Behoud ANW-uitkering
U behoudt uw ANW-uitkering als u woont of gaat wonen in een land van de Europese Unie (EU) of de Europese Economische Ruimte (EER), Zwitserland, Aruba of de Nederlandse Antillen, of als u in het buitenland gaat werken in het ‘algemeen belang’,  bijvoorbeeld als vrijwilliger.
Afhankelijk van verdrag
Als u woont of gaat wonen in een ander verdragsland dan hierboven genoemd, hangt de hoogte van de ANW-uitkering af van de inhoud van het verdrag met dat land. Dat kan per land verschillen.
Geen verdrag, dan vervalt de ANW-uitkering
Als u in een land gaat wonen waarmee Nederland nog geen verdrag heeft afgesloten, vervalt uw recht op een ANW-uitkering. U ontvangt weer een uitkering als Nederland een verdrag sluit met het betreffende land.
Op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) kunt u nagaan of de ANW-uitkering naar een bepaald land kan worden meegenomen.
Is er genoeg inkomen als uw partner of u zelf zou overlijden?
Wilt u niet voor onaangename verrassingen te komen staan, ga dan tijdig na wat de financiële gevolgen zijn als u of uw partner wegvalt. Misschien krijgt u geen ANW-uitkering of is de ANW-uitkering onvoldoende. Maak een overzicht van alle kosten en inkomsten en beslis dan of u extra maatregelen moet treffen.
Betrek bij uw overzicht de volgende zaken:
- uw eigen inkomsten;
- een eventueel recht op een ANW-uitkering;
- een eventueel recht op een nabestaandenpensioen via een collectieve verzekering bij de werkgever van uw partner;
- de uitkering van particuliere verzekeringen die u zelf of uw partner heeft afgesloten.
Laat u goed informeren en vraag offertes aan bij verschillende verzekeringsmaatschappijen, als u (extra) verzekeringen wilt afsluiten.
Wanneer hebt u recht op een halfwezenuitkering?
Voor het recht op een halfwezenuitkering is van belang wie het kind verzorgt. Dit is meestal de nabestaande, maar het kan ook een ander zijn die het kind in huis neemt en verzorgt. Verzorgt u als nabestaande een kind van uzelf en uw overleden partner dat jonger is dan 18 jaar, dan krijgt u voor dit kind een halfwezenuitkering. Ook als u gescheiden bent van de overleden ouder of u woonde niet meer samen, dan hebt u recht op deze uitkering. De uitkering vervalt niet als u gaat trouwen of met een ander gaat samenwonen.
Er kan maar één halfwezenuitkering voor een gezin met meer dan één kind worden toegekend. Zolang in uw gezin een kind onder de 18 jaar verblijft, ontvangt u de halfwezenuitkering.
Verzorger
Verblijft een kind van de nabestaande niet bij de nabestaande maar wordt het in een ander huishouden verzorgd, dan krijgt de verzorger van het kind de halfwezenuitkering. Het gaat hierbij niet om tijdelijke maar duurzame verzorging (minstens een half jaar).
Hoe hoog is de halfwezenuitkering?
De halfwezenuitkering bedraagt 20 procent van het netto minimumloon. Vanaf 1 juli 2009 is dat € 246,45 bruto per maand, exclusief vakantietoeslag van € 19,56 bruto per maand. De vakantietoeslag bouwt u per maand op en ontvangt u in mei.
Tegemoetkoming
U krijgt ook een tegemoetkoming als aanvulling op de halfwezenuitkering van € 16,78 bruto per maand.
Niet afhankelijk van inkomen
De halfwezenuitkering is niet afhankelijk van uw inkomsten. En ook niet van de inkomsten die uw kind uit bijvoorbeeld een bijbaantje of vakantiewerk heeft. Wél wordt de halfwezenuitkering gekort als u een halfwezenuitkering uit een ander land dan Nederland ontvangt.
Beëindiging halfwezenuitkering
De halfwezenuitkering eindigt als:
- uw jongste kind 18 jaar wordt;
- de halfwees bijvoorbeeld wordt geadopteerd of tot een ander huishouden gaat behoren;
- u 65 wordt en een AOW-uitkering krijgt voor een eenoudergezin.
Wanneer hebt u recht op een wezenuitkering?
Als uw beide ouders zijn overleden en de laatst overleden ouder op de datum van overlijden verzekerd was, hebt u recht op een wezenuitkering. Deze uitkering is niet afhankelijk van een eventueel ander inkomen. De uitkering stopt op het moment dat u 16 jaar wordt.
Verlenging is mogelijk als:
- u arbeidsongeschikt bent. De uitkering loopt dan door tot uw 18e. Daarna kunt u in aanmerking komen voor een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong);
- u samen met andere kinderen het huishouden voert. Bijvoorbeeld met een broer of zus die ook een wezenuitkering ontvangt. De uitkering loopt dan door tot uw 21e;
- u studeert. De uitkering loopt dan door tot uw 21e.
Hoe hoog is de wezenuitkering?
| Bruto maandbedragen in euro’s per 1 juli 2009 | ANW | Vakantietoeslag |
| wezen tot 10 jaar | 348,78 | 24,46 |
| wezen van 10 tot 16 jaar | 523,17 | 36,69 |
| wezen van 16 tot 21 jaar | 697,55 | 48,91 |
Vakantietoeslag
De vakantietoeslag bouwt u per maand op en ontvangt u in mei.
Tegemoetkoming
U krijgt ook een tegemoetkoming als aanvulling op de wezenuitkering van € 16,78 bruto per maand.
Aanvragen
De wezenuitkering vraagt u aan bij een kantoor van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Als u de aanvraag zelf indient, moet de wettelijke vertegenwoordiger de aanvraag ook ondertekenen. Als u minderjarig bent kan de wettelijke vertegenwoordiger een wezenuitkering voor u aanvragen.
Meer informatie
Hebt u vragen over de nabestaandenpensioenen, dan kunt u contact opnemen met de afdeling publieksinformatie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, telefoon 0800-9051 (gratis).



U kunt reageren